Veren zijn iets voor vogels – als een dier veren heeft, wordt het als vogel aangemerkt, en geen enkel ander levend dier heeft ze. Zelfs vogels die niet kunnen vliegen, zoals pinguïns, struisvogels en kiwi’s, hebben ze.
Van dichtbij lijken veren op miniatuurbomen, met een lange centrale schacht die in de huid verankerd is, en vanuit die schacht strekken zich takjes uit die ‘barben’ worden genoemd; deze grijpen in elkaar om een glad oppervlak te vormen of blijven los en pluizig.
Pauwen
Maar niet alle veren zijn hetzelfde, en ze verschillen om goede redenen. De buitenste vleugelveren zijn stijf om mee te vliegen, en andere zijn zacht en donzig om bescherming te bieden tegen de elementen. Sommige zijn dof als camouflage om roofdieren te misleiden. Andere dienen voor pronkdoeleinden – denk aan mannelijke pauwen, met enorme veren met schitterende irisatie en opvallende oogvlekken; ze trillen heftig in een vertoning die ‘train rattling’ wordt genoemd om een potentiële partner te verleiden. De prachtige ‘staart’ van een pauw wordt eigenlijk een ‘train’ genoemd en bestaat uit meer dan 200 langgerekte veren die elkaar overlappen als dakspanen op een dak. Hun echte staart is een set stijve, grijze veren die verborgen zit onder dit kleurrijke verenkleed en fungeert als een ‘steunpoot’ om de zware pronkstaart te ondersteunen en te laten trillen. Tijdens de paringsrituelen worden de ‘ogen’ met minuscule microhaakjes aan elkaar vastgemaakt zodat ze stil blijven staan, en het trillende geluid dat ze maken, in combinatie met deze hypnotiserende ogen, is blijkbaar onweerstaanbaar voor de vrouwtjes. De staarten worden 25 keer per seconde geschud. Per seconde! Geen wonder dat de mannetjes aan het einde van het paarseizoen hun staarten afwerpen; ze moeten wel uitgeput zijn van het ronddragen en schudden van dat hele gedoe. Pauwinnen hebben daarentegen een wat doffe kleur, voornamelijk ter camouflage terwijl ze op hun eieren broeden.
Je kunt pauwen in het echt (bij wijze van spreken) zien in Faro, in het Jardim da Alameda João de Deus. Dit weelderige 19e-eeuwse stadspark, gelegen vlakbij de gemeentelijke bibliotheek, staat bekend om zijn ongeveer twaalf pauwen die vrij rondlopen op het terrein.
‘Verhalen’ uit de folklore
Uit volksverhalen over pauwenveren blijkt dat de veren in oosterse culturen als heilig worden beschouwd en symbool staan voor bescherming, wijsheid en rijkdom. Maar in westerse overtuigingen worden de ‘oogjes’ op de veren vaak gezien als een teken van ongeluk; ze worden in verband gebracht met het boze oog, hoogmoed en algemeen ongeluk. Een oud bijgeloof zegt dat het bewaren van deze veren in huis ongetrouwde vrouwen die daar wonen veroordeelt tot een leven als oude vrijster. Zelfs in het theater heerst een vloek: velen geloven dat het gebruik van pauwenveren in kostuums of decors op het podium tot theaterrampen kan leiden.
Bronvermelding: Unsplash; Auteur: Micheile Henderson;
Verhalen van anderen
De lintstaart-astrapia ( ) is een soort paradijsvogel, die al beroemd is om zijn veren, maar het mannetje van deze soort laat twee extreem lange staartveren groeien die meer dan 90 cm lang worden om indruk te maken op de vrouwtjes, en die helderwit zijn, in scherp contrast met het zwarte lichaam en de iriserend groene kop. De soort komt oorspronkelijk uit de centrale hooglanden van Papoea-Nieuw-Guinea en staat op de lijst van ‘bijna bedreigd’, deels omdat er juist op deze veren wordt gejaagd.
De paradijsvogel van Wilson heeft helemaal geen lange staart, maar wel twee staartveren die in tegengestelde richtingen krullen tot twee cirkels, wat me doet denken aan de vingergrepen van een schaar. Hij heeft ook een opvallende kale blauwe kop en werd pas in 1996 voor het eerst in het wild gefilmd; helaas is ook deze vogel op de lijst van ‘bijna bedreigd’ geplaatst.
Schrijfveren
Vroeger werden veren vaak hergebruikt als schrijfgerei, in de vorm van ‘verenpennen’. Ze moesten hol zijn, vaak afkomstig van zwanen, kalkoenen of ganzen, en werden in water geweekt, vervolgens gedroogd in heet zand of zout, waarna de punt werd ingesneden en gevormd tot een penpunt. Vederpennen werden vanaf de 6e eeuw tot halverwege de 19e eeuw als het belangrijkste schrijfgerei gebruikt, maar werden in de jaren 1820 verdrongen door inktpennen met een stalen punt. Zo oud ben ik nu ook weer niet, maar ik herinner me nog dat ik vroeger op school dooppennen gebruikte, waarbij inktpoeder werd gemengd door vertrouwde kinderen die de inktpotten dagelijks bijvulden. Het gebruik ervan was rommelig: er ontstonden inktvlekken, of de penpunten verdraaiden en scheurden gaten in je papier!









Follow us on social media